In de zesde aflevering van een reeks gastopinies over de toekomst werd onder het thema ‘duurzame stad’ dit stuk geplaatst in Brabants Dagblad d.d. 9 juli 2011 met als subtitel: ‘positieve aandacht voor lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden is in 2040 vanzelfsprekende leidraad geworden’.

Tilburg in 2040. Wat stel ik me daarbij voor? Ik zie dan een stad voor me met minder lawaai en veel meer groen. Rustiger, vriendelijker ook. Ik ruik de verse geuren vanuit de stadsboerderijen en buurtmoestuinen, waar Tilburgers samen voedsel verbouwen en elkaar ontmoeten. Ik zie mensen in winkels van plaatselijke middenstanders afrekenen met Kruikjes, de lokale munt die producenten en consumenten uit de regio samenbindt.

In 2040 zorgt de Tilburgse School voor Gezondheid in de Spoorzone ervoor dat minder Tilburgers ziek worden. Het St. Elisabeth Ziekenhuis en het Tweesteden Ziekenhuis zetten ook in op preventie. Positieve aandacht voor lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden is de vanzelfsprekende leidraad geworden. Tilburgse ouderen doen daardoor weer volop mee. Het is maar een greep uit de vele veranderingen die in 2040 hun beslag hebben gekregen.
Hoe heeft dat zo kunnen ontstaan? De omslag zette begin deze eeuw in. De voedselcrises, olierampen en bosbranden zetten de mensen aan het denken. Transparantie en korte ketens werden het motto. De Keuringsdienst van Waarden keek in de keuken van megaboerderijen en voedselfabrieken. Kleine initiatieven lieten zien hoe eerlijk en heerlijk prima rendabel kunnen samengaan. Brabant had daarin een voorsprong, omdat zij van oudsher bekend stond om ‘het maken van iets uit niets’.
Omdat Tilburgers hadden geleerd van de vele mismatches ontstond er uiteindelijk een sterk fundament van samenwerking en ging in Tilburg in 2011 één van de vele burgerinitiatieven van start.


Goei Eete startte in het najaar en het lukte ze om consumenten rechtstreeks te verbinden met lokale duurzame voedselproducenten. Het unieke van dit project was dat het niet draaide om ‘hoe krijg ik mijn bio-product bij de mensen op het bord?’ (market push). Goei Eete ging daarentegen uit van de benadering ‘waar zijn de bewuste consumenten die voedsel uit eigen streek willen, en hoe kunnen we die efficiënt bedienen?’ (market pull).
Namen in 2011 nog zo’n 160 consumenten en 15 boeren deel aan deze lokale voedselketen, in het jaar daarop waren dat 500 consumenten, 30 bedrijven en instellingen, waaronder Interpolis en zorggroep De Wever die hun medewerkers gelegenheid gaven om mee te doen. De bezorgservice sloeg aan en de afhaalpunten werden een vertrouwd gezicht in de stad. Cliënten van zorggroep Amarant en buurtbewoners werkten eensgezind samen in de logistieke keten van Goei Eete. Vele andere initiatieven rondom voedsel volgden.

Toegegeven, bovenstaande is nog een beetje toekomstmuziek. Maar de ruwe versie van de partituur is nu al geschreven, en er wordt druk gerepeteerd. Goei Eete bestaat namelijk echt. Na de zomer gaat de webshop live en worden de eerste afhaalpunten geopend. De principes? Reguliere lokale producten uit een straal van 20 km. Biologische producten uit een straal van 40 km (omdat niet alle biologische producten om de hoek te verkrijgen zijn). Er is een aanbod van groente, vlees, zuivel en fruit en doordat de bedrijfsvoering eenvoudig is kunnen de prijzen de concurrentie met de supermarkten prima aan. Daarnaast is er via het doordachte concept van Goei Eete rekening gehouden met een samenleving in transitie.

‘Transitie’ is het buzzword in duurzaamheidskringen, en steeds meer ook in de wereld van onderzoek en beleid. We ontkomen er niet aan: we gaan van een economie gebaseerd op het gebruik van goedkope olie naar een wereld… waar we ons maar met moeite een voorstelling van kunnen maken. Een ding wordt echter steeds duidelijker: ‘business as usual’ is definitief voorbij.
Gelukkig ontstaan er steeds meer kleinschalige initiatieven rond nieuwe energie, recycling, urban farming en het gebruik van natuurlijke grondstoffen. Naast ondernemers zijn meer burgers actief dan je denkt die de omslag maken naar een duurzamere samenleving. Vaak gebeurt dit intuïtief: groente in de achtertuin en buurtmoestuinen zijn in opkomst. Een recente en bemoedigende ontwikkeling is dat nieuwe initiatieven meer en meer plaatsvinden vanuit een gedeelde toekomstvisie en methode, zoals die van Transition Towns. Als burgers de weg weten kan deze ontwikkeling verder doorzetten.

Het zou mooi zijn voor de Tilburgse samenleving en de uitstraling van de stad, wanneer de gemeente Tilburg burgerinitiatieven (nog) meer gaat omarmen. Simpelweg omdat overheid, burgers en ondernemers elkaar nodig hebben om een toekomstbestendig Tilburg te bouwen waar we met elkaar trots op kunnen zijn. Gebruik de ontwikkeling van de Spoorzone als een bestuurlijk en maatschappelijk experiment om van onderop, door nieuwe vormen van participatie, een heldere breed gedragen visie voor de stad (en ommeland) te laten ontstaan. Dan ontstaat al doende een krachtig levend netwerk om die visie in actie en resultaten om te zetten.
Tilburg zal pas relatief laat een krimpgemeente worden, dus de duurzaamheidsuitdaging zal hier des te groter zijn. Reden te meer om de spontaniteit, creativiteit en saamhorigheid van oude en nieuwe Tilburgers en ondernemers alle steun en ruim baan te geven. Sociale Innovatie dus. Maar dan menens.

Irma Lamers (ABC communicatie) bedenkt duurzame concepten en is mede-initiator van Goei Eete