De stichting Arty Shocking onderschrijft de onderstaande visie volledig. Vandaar de publicatie hier op de website.
Zoals gepubliceerd 10 oktober 2009 | Het Financieele Dagblad
Door: Bovenberg, L.;Wijffels, H.
Lans Bovenberg en Herman Wijffels
Twee krachten vechten op dit moment om de uitkomst van de crisis. Aan de ene kant staat de behoudende kracht die de oude orde in stand wil houden, aan de andere kant staat de vernieuwende kracht die de crisis beschouwt als opmaat van een nieuw sociaal en ecologisch tijdperk.
Volgens die vernieuwende kracht hebben de gangbare denkpatronen hun diensten bewezen en laat de crisis zien dat het tijd is om een stap vooruit te zetten. Er is moed voor nodig een nieuwe weg in te slaan, om onszelf te herdefiniëren. Laten we afscheid nemen van oude manieren van werken en denkpatronen die hun beste tijd hebben gehad. Nieuwe inzichten, kennis en technologie scheppen de mogelijkheid om beter in onze behoeften te voorzien. Dit is de tijd voor sociale en ecologische vernieuwing die als basis kan dienen voor een vitale economie en samenleving.
De overbelasting van de aarde staat niet los van de huidige economische crisis. De schaarste aan energie en grondstoffen vergrootte in de afgelopen periode van economische hausse de scheefgroei en de onevenwichtigheden die hebben bijgedragen aan de financiële crisis.
We staan nu voor de uitdaging om onze manier van produceren en consumeren zo in te richten dat we binnen het draagvermogen van de aarde blijven. Dat vereist dat we onze traditionele economie, die gebaseerd is op het verbruik van fossiele grondstoffen, ombouwen tot een kringloopeconomie waarin het uitputten van voorraden sterk wordt beperkt.
Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat we energie leren oogsten uit duurzaam beschikbare bronnen zoals zon, wind, water, maar bijvoorbeeld ook uit restwarmte. De technologie daarvoor komt nu beschikbaar, maar die moet verder worden ontwikkeld en toegepast. Daarvoor zijn forse investeringen in onderzoek en institutionele hervormingen nodig. Investeringen in de gebouwde omgeving kunnen onze energiehuishouding aanmerkelijk verbeteren. De kas als warmtebron is een goed voorbeeld. Hetzelfde geldt voor buurtenergie-projecten, waarbij industriële restwarmte wordt gebruikt voor de verwarming van woningen.
Een kringloopeconomie vraagt ook om het herontwerp van productieprocessen en producten volgens het ‘cradle to cradle’-principe. Daarbij worden producten zo ontworpen dat ze een optimale levensduur voor de gebruiker hebben en aan het eind daarvan kunnen worden hergebruikt als grondstof voor een volgende productiecyclus. De productiviteit van materialen neemt hierdoor aanzienlijk toe. De overgang naar een kringloopeconomie vraagt de komende jaren veel en grote innovaties, maar de kennis die hiervoor nodig is, ligt niet meer zo ver buiten ons bereik.
Sociale vernieuwing
De economie staan in de komende jaren flinke uitdagingen te wachten zoals klimaatverandering, vergrijzing en energieschaarste. Dat alles vraagt om technologische innovaties en andere manieren van denken, organiseren en produceren. Door al deze dynamiek zijn gedurende het werkzame leven vaak nieuwe competenties nodig.
Sociaal beleid moet daarom vooral gericht worden op het opbouwen, onderhouden en benutten van de talenten van mensen. Mensen dienen vertrouwen te krijgen in hun vermogen om hun eigen vaardigheden voortdurend aan te passen aan de veranderende behoeften van een duurzame samenleving.
Zuiniger zijn op mensen vraagt ook om een andere arbeidsmarkt: een arbeidsmarkt die mensen niet met een uitkering op een zijspoor zet, maar werk maakt van participatiekansen voor iedereen. Dit kan bijvoorbeeld door werkgevers te stimuleren de talenten van hun werknemers te koesteren door hen het salaris van ontslagen medewerkers een bepaalde periode door te laten betalen. Het kan ook door werknemers te stimuleren en hun de kans te bieden zich tijdens de loopbaan periodiek bij te scholen. Daardoor blijft hun productief vermogen in een veranderende arbeidsmarkt op peil.
Hiervoor kan het bedrijfsleven samen met de onderwijssector doelgericht onderwijs van de grond tillen, waarbij werkenden bijscholing ontvangen die gericht is op de specifieke behoeften van de arbeidsmarkt. Daarbij passen nieuwe vormen van onderwijs, speciaal voor volwassenen, die op een andere manier leren dan jongeren.
Ook periodieke toetsingen van werknemers, waarbij de vaardigheden en competenties van mensen worden vergeleken met de competenties die de samenleving vraagt, kunnen nuttig zijn. In de overgang van een productie-economie naar een diensteneconomie ligt het namelijk voor de hand dat ook de behoefte aan vakkennis zich wijzigt.
Bovendien moeten mensen gemakkelijker van baan kunnen veranderen. De huidige ontslagvergoedingen zouden kunnen worden gestort in een participatiebudget. Op die manier kunnen werknemers meer rechten meenemen als zij van baan veranderen, of de overstap maken van werk in loondienst naar die van zelfstandige. Daardoor kunnen werknemers die niet meer tevreden zijn over hun huidige werkkring meer zelf de regie nemen. Werknemers met fysiek zwaar werk kunnen langer gezond en inzetbaar blijven door op tijd over te stappen naar een andere functie.
Degenen die in het begin van hun leven weinig publiek gefinancierd onderwijs hebben ontvangen kunnen als onderdeel van hun participatiebudget extra leerrechten krijgen die op latere leeftijd verzilverd kunnen worden. De vakbeweging kan mensen helpen verstandige keuzes te maken en daarnaast collectieve kaders ontwikkelen waarbinnen mensen kunnen kiezen.
Pensioenen
We zouden ook pensioen opnieuw kunnen uitvinden – en dan op zo’n manier dat mensen als ze dat willen gedeeltelijk met pensioen kunnen gaan of langer voltijds blijven doorwerken. De pensioenregelingen en de arbeidscontracten zouden zo moeten worden aangepast dat mensen zelf kunnen bepalen wanneer – en in welk tempo – ze minder gaan werken, al naar gelang hun persoonlijke voorkeuren en omstandigheden.
Er is iets mis met een samenleving waarin mensen worden afgedankt als ze naar verwachting nog meer dan twintig jaar te leven hebben. Wanneer we uitgaan van de stelling dat iedereen nodig is en dat er van iedereen iets verwacht wordt, dan is het beter om te investeren in innovatie, ecologische vernieuwing en de inzetbaarheid van mensen, dan om te blijven sparen voor een lange periode achter de geraniums. Juist nu is investeren in plaats van sparen hét middel om de vraaguitval te bestrijden in landen die, zoals Nederland, een groot handelsoverschot hebben.
Wie de signalen herkent, ziet dat de wereld op zoek is naar een nieuwe vorm van bewustzijn, waarin het blikveld verder reikt dan de platte wereld van het hier en nu. Levensbeschouwelijke en spirituele tradities kunnen de weg wijzen. Er is niets mis met termen als genade, dienstbaarheid of naastenliefde. Alleen: we zullen die termen een actuele en bezielde inhoud moeten geven om een stap vooruit te kunnen zetten. Leren van de crisis begint bij het erkennen van onze feilbaarheid. We zijn tenslotte ook maar beperkte mensen, die aangewezen zijn op anderen. Wanneer we dat doen, wordt het ook gemakkelijker om anderen hun misstappen te vergeven. Zo kunnen we met een moreel schone lei verder.
Spirituele waarden helpen mensen om weerstand te bieden aan de verleiding om voor het eigen kortetermijnbelang te gaan ten koste van anderen. Naarmate we beter leren om onze eigen belangen op langere termijn te zien, komt het welbegrepen eigenbelang meer op één lijn met het belang van anderen. Hebzucht waarbij het belang van anderen wordt geofferd voor het pure eigen belang , is niet alleen verkeerd, maar uiteindelijk ook dom. Die bewustwording vindt nu plaats, niet alleen bij individuen, maar ook bij ondernemingen.
Economische vernieuwing
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een welkome invulling van het besef dat winst alleen duurzaam kan zijn als een bedrijf waarde toevoegt aan de samenleving. Elk bedrijf dient zich dezelfde vraag te stellen: wie dienen we en hoe kunnen we dat duurzaam waarmaken? Duurzame winst is een gevolg van waardevolle dienstbaarheid. Het bedrijf is er niet voor zichzelf; het is er voor de ander. Ondernemingen kunnen hun bijdragen aan de samenleving daarom niet meer uitsluitend meten aan de hand van hun jaarcijfers. Ze kunnen ook andere indicatoren ontwikkelen voor hun maatschappelijke toegevoegde waarde. Op die manier krijgt een bedrijf een beter beeld van zijn bijdrage aan de samenleving – en daarmee van de kwaliteit en de duurzaamheid van de winst.
Lokale gemeenschappen zijn in veel opzichten bepalend voor de kwaliteit van leven die mensen ervaren. Daar wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Daar worden ouderen verzorgd, gaan jongeren naar school en leren zij rekening met elkaar te houden. Daar wordt de ruimte bepaald voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking.
Het onderwijs en de zorg worden in de toekomst steeds belangrijker. Zij nemen een steeds groter deel van de lokale werkgelegenheid voor hun rekening. Juist in die lokale gemeenschappen kunnen nieuwe maatschappelijke waarden verankerd worden. Vrijwilligerswerk verdient meer waardering; betrokkenheid van mensen bij de samenleving is goed, zowel voor de betrokken mensen zelf als voor de samenleving.
Ook ecologische duurzaamheid kan de lokale economie stimuleren. De bouw, installatie, en het onderhoud van lokale, efficiënte energiesystemen zorgt voor grote aantallen lokaal verankerde banen die niet direct concurreren met het buitenland.
Het toenemende belang van lokale gemeenschappen betekent dat lokale overheden meer verantwoordelijkheid dienen te krijgen. Die verantwoordelijkheid zal vorm en inhoud moeten krijgen door intensieve samenwerking met burgers en het bedrijfsleven. Onder meer met het oog op de vergrijzing en de daardoor toenemende zorgbehoefte, en met het oog op het activeren van achterstandsgroepen en op het bieden van stageplaatsen aan jongeren.
Rome is niet in één dag gebouwd. Daarom moeten we niet direct wonderen verwachten als we de weg inslaan naar sociale en ecologische vernieuwing. Mensen moeten ook de kans krijgen om te experimenteren met nieuwe structuren, al was het maar omdat je het meeste leert van je eigen fouten. Regels zullen altijd nodig blijven.
Maar hoe meer mensen worden geconfronteerd met regels die van bovenaf worden opgelegd, hoe minder ze zich verantwoordelijk voelen voor hun gedrag. Het is dan immers minder nodig om zelf bewust moreel te handelen en morele dilemma’s te doordenken. Als we ons bewust worden van onze menselijke feilbaarheid en van de noodzaak om onze identiteit te hervinden, kunnen we ons potentieel om te leren beter benutten. Juist in deze crisistijd is dat van groot belang.
Laten we afscheid nemen van de oude manieren van denken en doen. Ze hebben hun beste tijd gehad. We kunnen beter. De crisis is een kans voor sociale en ecologische vernieuwing, gebaseerd op de hoop op een gezondere economie en samenleving. Als we de moed hebben om nieuwe wegen in te slaan, is er veel te winnen op het gebied van sociale samenhang en duurzame welvaart.
Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg. Herman Wijffels is hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering aan de Universiteit Utrecht en co-voorzitter van Worldconnectors, een groep Nederlandse opiniemakers, die zich inzetten voor een duurzame, rechtvaardige en vreedzame wereld.
Het kan beter
Stem pensioen af op de wensen van individuele burgers
Stort de huidige ontslagvergoedingen in participatiebudget
Er is niets mis met termen als genade, dienstbaarheid of naastenliefde