(zie voor meer info: De Toon uit de Stad)
Tom America vroeg mij om wat praktische informatie over het Zuidelijk Toneel te vertellen. Wij ” krijgen 2,4 miljoen euro per jaar van het rijk, en drie ton van de provincie. Dit uiteraard om aan te geven dat Tilburg met het binnenhalen van het gezelschap ook een gezelschap binnenhaalt dat 2,7 miljoen euro krijgt van andere subsidiënten.
We fluctueren van 30 tot 60 fte (één fte is een volledige werkweek) afhankelijk van de productie die we aan het maken zijn. Vorig jaar hebben we in totaal 112 arbeidscontracten afgesloten. Technici, schrijvers, toneelspelers, administratie, regisseurs, allemaal mensen die in Tilburg komen werken en, al dan niet tijdelijk, hier zullen wonen en verblijven. We gaan relaties aan met alle kunstinstellingen in de stad, van het amateurveld tot de Fontys Hogeschool en de 013. Spelers als Gijs Scholten van Asschat, Josée Kuypers en Marc Marie Huybrechts zullen hier door de stad wandelen. En als we onze premières aankondigen op radio en televisie doen we dat als het Zuidelijk Toneel Tilburg.
Goed, dit om aan te geven dat u geen kat in de zak koopt. Maar ik moet zeggen dat het me soms zwaar te moede wordt om onze kunstvorm te verdedigen met louter economische en public relations argumenten. De tijden veranderen, en dat merk ik vooral in de attitude van de politiek ten aanzien van de kunsten. Het belang van kunst als autonoom belang wordt meer en meer uit de partijprogramma’s van de diverse politieke partijen geschrapt. De overheid wil afstand.
In een discussie over de taakopvattingen van een wethouder voor cultuur stelde ik laatst de volgende vraag aan een wethouder. Stel dat u ontdekt dat er in uw stad geen enkel gedicht meer te vinden is, niet in de bibliotheken niet in de scholen niet op straat en niet in de winkels, heb je dan een taak als wethouder? Ja of nee? Beide antwoorden zijn interessant. Zo nee, dan reduceer je de politiek als louter trendvolgend, dan is er dus geen ideologische basis voor de uitoefening van je ambt. Voor de goede orde, die opvatting vind ik verschrikkelijk, in zo’n samenleving wil ik niet leven, daarvoor is de marktwerking die alles nivelleert en oppervlakkig maakt te machtig. Maar als je ja zegt heb je ook een probleem als politicus. Want, moet je nog iets corrigeren als er één gedicht is, of als er tien zijn, of als er alleen oppervlakkige gedichten zijn, of alleen gedichten van voor 1900, en wat zijn dat oppervlakkige gedichten, en hoe meet je en onderzoek hoeveel gedichten er zijn? Kortom met het antwoord “ja” ontkom je er niet aan om kleur te bekennen. Zo wil ik graag dat de politiek is, gekleurd, ideologisch en fel.
Misschien heeft het Thorbeckiaans adagium, dat de overheid zich op afstand van kunstenaars moet houden wel geleid tot onverschilligheid. U betaalt voor mij, zeg mij wat u wilt. U wilt iets met de samenleving, en met kunst in de samenleving, zeg het maar. Laten we in discussie gaan, maar wil wat van mij. Uiteindelijk zullen we dan samen weer ontdekken dat de subsidie er ook voor moet zorgen dat ik onafhankelijk moet zijn. Onafhankelijk van te kortademige tendensen, maar ook dat ik als de goede ouwe nar op de tenen van de koning moet gaan staan, om hem wakker te houden, om hem te plagen, om hem de achterkant van het gelijk te laten zien. Maar ik moet ook open staan als u mij waarschuwt dat ik me open moet stellen en wenden tot de hele samenleving en niet diegenen die toch al kunstminnaars waren, dan kan kunst inderdaad een te gesloten elitaire cirkel worden.
Er zijn stromingen in de politiek die zeggen, laten we alle kunstsubsidie afschaffen. We doen het zoals in Amerika. Daar geeft de overheid geen geld aan kunst, ook niet aan gezondheidszorg overigens, maar er wordt wel theater gemaakt in Amerika, saai theater want iedereen is als de dood om hun geldschieters niet te beledigen. Maar goed, zelfs met deze mensen wil ik in debat, zolang ze maar niet zeggen: laten we de kunst afschaffen. Geen Mozart, geen Mahler, geen Picasso, geen Goethe, geen Dostojevski, geen Elsschot, geen Shakespeare, geen Stravinsky, geen Körmeling, geen Euripides, geen Beckett… die zijn voor de happy few en wij hebben tv en sport.
Help!!!!!
Als dat het geval is dan moeten we ten strijde, dan moeten we de ogen gaan openen, politiek de beurzen open want we zijn in gevaar. Laten we dan het vak geschiedenis ook meteen opdoeken. Wat moet je met het verleden, we hebben sport, internet en tv.
Er is veel onvrede. Het volk mort en we moeten bezuinigen. En kunst lijkt een luxe.
Er was een familie, vader moeder en zeven kinderen. Puber kinderen, ze zeurden en jengelden, en hun ouders deden wat ze konden. De kinderen kregen een Nintendo, ze bleven jengelen, een tweede tv, een iPhone en nu stonden ze zelfs op het punt een Ipad te kopen om maar van het gejengel af te zijn. Moeder dacht ook na en ze sleepte de kinderen mee naar Musea, voorstellingen en concerten. Eén van de kinderen, Pjotr, vond dat mooi, die concerten, die voorstellingen. De anderen zeurden door en zeiden, we willen naar huis een Ipad kopen. Maar moeder zette door, ze wist dat als ze maar door zou. gaan dat dan op een dag ineens één van deze uitjes zou leiden tot een inzicht. Dat ineens de link gelegd zou worden en dat met een kunstuiting de diepte van je ziel geraakt kan worden. Zijzelf had altijd spijt gehad dat ze pas een gedicht nodig had toen haar vader stierf, toen ontdekte ze dat alleen in die poëzie uitgedrukt werd wat zij voelde en op dat moment nodig had. En ze wou haar kinderen dat gemis besparen. Maar de kinderen jengelden, alleen Pjotr vind het leuk, al dat geld, waarom moet al dat geld uitgegeven worden als alleen het alleen voor Pjotr is. En moeder dacht wanhopig, het is niet voor Pjotr het is eigenlijk veel meer voor jullie, Pjotr vind zijn weg wel. Hoe kom ik van deze onvrede af, wat is de bron van de onvrede!!!
En toen kwam vader met het bericht (het was nog zo’n lekker ouderwets gezin waar vader meer kostwinner is dan moeder) dat hij 2% achteruit ging in salaris. Ze zouden moeten kiezen, het was of de museumjaarkaart of de iPad.
Dames en heren ik vrees dat onze overheid gaat kiezen voor de iPad, zelfs al heeft hij geen flashplayer en extern geheugen. We moeten zo bezuinigen dat we over een jaar als de flashplayer en het externe geheugen in de 0.2 versie wel gemonteerd zitten, iedereen in staat is om de nieuwe versie ook te kopen, en de wintersport, en naar Thailand, en een vierde televisie. En de onvrede zal blijven, en de overheid zal zeggen, jullie hebben geen recht van klagen want je kunt alles kopen wat je hartje begeert.
Ik vind dat slecht ouderschap
Dank u

