Dat was een bijzonder optreden van studenten van Fontys! Graag zeg ik hen,
namens u, dank voor hun act, bewijs dat cultuur en Brabant synoniem zijn!
Dat hebben we de laatste dagen nog gezien, toen het provinciebestuur vele Brabanders, gewone
Brabanders, mocht ontmoeten tijdens de prachtige concerten in Tilburg, Helmond, Breda en in
Den Bosch.
Namens het provinciebestuur, de vorig jaar nieuw gekozen leden van Provinciale Staten, het ook
vernieuwde college van Gedeputeerde Staten, en onze Griffier, de Algemeen directeur, de
Directieraad en onze ambtelijke staf wens ik U allen een Gelukkig en Gezond 2012 toe.
Welkom dus, oud-Statenleden, leden van de colleges van B. en W. van onze gemeenten, welkom
waterschapsbestuurders, leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal, het
Europees parlement, ondernemers, vertegenwoordigers van alle organisaties die Brabant tot een
bijzondere provincie maken. Welkom ook aan de vertegenwoordigers van het leger, de
veiligheidsregio’s en de hulpdiensten. Welkom aan u allen. Wij waarderen het zeer dat U gehoor
heeft gegeven aan de uitnodiging op deze Nieuwjaarsontmoeting aanwezig te willen zijn.
Graag maak ik gebruik van het voorrecht U kort toe te spreken. Nadat ik heb gesproken is het
tijd voor het intussen gebruikelijke optreden van ons provinciekoor: Koorbusiness. Daarna is er
de presentatie van een bijzondere website. Dat zal gebeuren door onze gedeputeerde voor
Economie, Bert Pauli. Hij wordt daarbij geassisteerd door de nieuwe jeugdige “M-bassadors”
voor Brabantstad Culturele Hoofdstad, Benthe Koster, Maya Roeks, en Yvette Liebreks, die wij
vandaag trots aan U willen voorstellen.
Dat zijn drie jonge Brabanders die ons zullen gaan helpen om U duidelijk te maken waarom
Brabant zich met zoveel passie en inzet voorbereidt op het mogen leveren van de Culturele
Hoofdstad van Europa in het jaar 2018.
2018. Dat lijkt ver weg, maar de tijd gaat snel en wij zijn het in Brabant gewend om vooruit te
kijken. Om ons op de toekomst voor te bereiden. Omdat we weten dat we die hier zelf samen
zullen moeten maken.

Daarvoor hoeven wij geen andere provincies te annexeren: Brabant vliegt op eigen kracht! U
begrijpt inderdaad goed dat ik zodadelijk graag de gelegenheid neem om te reageren op de
nieuwjaarsrede van mijn collega in de provincie Zuid-Holland.
Want ik zei al: vooruitkijken is een belangrijke traditie in onze provincie.
Ik noem in dat verband graag mijn gewaardeerde voorganger Jan de Quaij. Hij gaf die traditie
na de Tweede Wereldoorlog invulling door te werken aan een al even ambitieus als omvattend
Welvaartsplan. U herkent achter mij intussen de U wellicht bekende cirkels die hij op de kaart
van Brabant liet intekenen. Dat Welvaartsplan was een indrukwekkend voorbeeld van de manier
waarop we in Brabant samen nadenken over en vormgeven aan onze toekomst.
En dus aan die van onze kinderen. Modernisering, industrialisering, vooruitgang: we staan in
Brabant niet met de rug naar de toekomst. Maar dat doen we telkens met de aandacht voor de
menselijke maat en de onderlinge solidariteit. Daardoor krijgen hier de mensen vleugels. Dat zit
in het Brabantse DNA.
De Quaij. Dit jaar is het zestig jaar geleden dat hij het eerste deel publiceerde van een mooi
drieluik met als titel: Het Nieuwe Brabant. Het droeg net zoals het al genoemde plan de sporen
van een optimistische tijdgeest, formuleerde belangrijke ambities voor de economie en de
Brabantse welvaart. Het veronderstelde een overheid die op een almachtige manier stuurde en
bepaalde.
Die ambities voor economie en welvaart zijn nog immer actueel, de visie op overheidssturing is
intussen sterk achterhaald,.Ingehaald door het soort van samenleving waarin we intussen zijn
terecht gekomen. Dat betekent overigens niet dat dergelijke ouderwetse visies soms nog
opduiken, bijvoorbeeld in nieuwjaarspeeches hier en daar. Maar goed.
Vooruitdenken. U herinnert zich zeker ook het Brabant Manifest, Brabant 2050. In de periode
dat Frank Houben het mooie ambt van Commissaris van de Koningin in onze provincie mocht
bekleden kwam er onder zijn inspirerende leiding een richtinggevend document tot stand. Een
manifest dat scherp de uitdagingen en ambities voor onze provincie in beeld bracht. De
Brabantse droom werd, zoals dat heette, opnieuw gemonteerd.
Maar het was ook een document dat concrete ambities en doelstellingen uitlokte, een
inspirerende bron van vernieuwing. De zorg voor duurzaamheid en de schaduwzijden van een
agressieve modernisering, die de Quaij overigens ook wel onderkende, werd beslissend
geagendeerd.

Bij beide exercities was het dit jaar 65-jarige PON betrokken. Het is een van die instituties in
onze provincie die ons helpt bij het bepalen van koers, het ontwikkelen van inzicht. Ik noem in
een adem en met grote dankbaarheid voor hun betrokken inzet hier ook onze SER, TELOS en
de provinciale Raad voor Gezondheid. We koesteren ook het zo veelvuldig betrokken
meedenken van allerlei andere commissies, de vele initiatieven van betrokken burgers. Ik wil hier
ook de Brabantse Universiteiten en Hogescholen vermelden, zij zijn een bron van kennis
waaruit wij graag putten.
Het komende jaar zullen we als provinciebestuur samen met hen initiatieven ontplooien om die
organisaties en instituties uit te dagen om ons te helpen ons goed op de toekomst, op de komende
decennia voor te bereiden. Dat vraagt om nieuwe manieren van werken. Daarbij zullen we
steeds meer ook een beroep doen op het meedenkend vermogen van de vele burgers, bedrijven
en instellingen. Omdat we onderkennen dat hun ondernemerschap, inzichten en ervaringen
broodnodig zijn om goed beleid te voeren.
Want we realiseren ons hier in het provinciehuis terdege dat we in een tijd leven waarin het
steeds minder mogelijk de toekomst met louter provinciale plannen te beheersen. De wereld om
ons heen verandert dermate snel, dat het tegenwoordig meer op veerkracht, allianties en
improvisatievermogen neerkomt, dan op klassieke plannen en systemen.
Besturen moet immers gebeuren in een omgeving die soms al even onkenbaar als onberekenbaar
is. Traditionele manieren van werken en organiseren staan daarom steeds meer onder druk door
een verlies aan effectiviteit en acceptatie.
Het kost in de wereld van politiek en bestuur soms nog moeite om dat onder ogen te zien:
vernieuwing is noodzakelijk. De kaders worden al lang niet meer alleen hier in huis bepaald.
Begrijpt U mij goed: dit is geen pleidooi voor een overheid die zichzelf onderschat of zelfs
wegcijfert. Vraagstukken van externe veiligheid en de grote bedreigingen die uitgaan van de
georganiseerde criminaliteit vragen om een overheid die wellicht meer dan een aantal decennia
het geval was, zelfbewust en effectief aanwezig is.
Moerdijk leerde ons dure lessen: en ook wij hebben de handhaving hier en daar laten versloffen
doordat we die teveel baseerden op de wat naïeve veronderstelling dat we met een papieren
controle van papieren werkelijkheden konden volstaan. Die tijd is voorbij.
Begrijpt U me dus goed. Wij willen een overheid zijn die bedrijven en burgers maximaal wil
helpen de soms onvermijdelijk ingewikkelde voorschriften goed en doelmatig toe te passen. Dat is
belangrijk, bijvoorbeeld op het terrein van het milieu dat wij als overheid namens U beschermen
omdat de natuur en de komende generaties die er in moeten leven zelf geen stem hebben.
Maar wij zullen ook een overheid zijn die de wetten en de afspraken die we hebben gemaakt echt
wil en zal handhaven. De oprichting van een eenheid die de BIBOB wetgeving serieus
implementeert en de steun aan het werk van de TASKFORCE die in onze Brabantse steden
onder leiding van de Tilburgse burgemeester Peter Noordanus zo’n voortreffelijk werk verricht:
beschouwt U dat als voorbeelden van het feit dat het ons menens is.

De tijd dat de overheid als een gekke Henkie achter de strafbare feiten aanloopt moeten we
achter ons laten. Ik prijs me gelukkig dat we in Brabant zo plezierig samenwerken met het
Openbaar Ministerie, de politieregio’s en de veiligheidsregio’s.
We the People, natuurlijk, maar ook juist daarom: Wij, de overheid.
Maar voor veel van de grotere vraagstukken waarvoor wij staan geldt onbetwist dat het zich
voorbereiden op de toekomst zich niet langer vangen laat vangen in de logica van zo af en toe
eens een plan. Beleid maken is steeds meer een bijna permanent proces van leren, reflecteren en
vooral ook communiceren.
We leven in een tijd van ontgrenzing die uitnodigt en (ook dankzij nieuwe organisatietechnologie)
kansen biedt voor het slim vormgeven van en werken in nieuwe verbindingen. Tussen sectoren
van beleid, tussen directies, tussen organisaties, tussen mensen. En ja, ook tussen provincies.
Overheden en politici die terecht hameren op het enorme belang van innovatie kunnen niet net
doen alsof hun eigen werkwijzen daarbij buiten schot kan blijven.

Het is duidelijk dat dit provinciebestuur daarom niet alleen werkt aan een provinciale overheid
die kleiner en effectiever is. Natuurlijk is die kwantitatieve doelstelling van belang: in een tijd dat
soberheid en krimp worden gevraagd kunnen en willen wij daarbij niet achterblijven.
Maar oneindig veel belangrijker daarbij is onze kwalitatieve doelstelling: de provinciale
organisatie zal op een nieuwe leest worden geschoeid. Als wij een aantrekkelijke werkgever willen
blijven en er in slagen om op eigentijdse manier te werken aan de toekomst van Brabant vraagt
dat om veel meer ondernemerschap, ruimte voor verschil en integraal werken in allianties die
zich niet a priori beperken tot de traditionele partijen. Alle 49 actiepunten uit het
bestuursakkoord vragen om gepassioneerd en ambachtelijk maatwerk, om een trots team dat op
maat is samengesteld, en waarin soms dus mensen van buiten de ambtelijke organisatie zullen
worden uitgenodigd te participeren. En hetzelfde geldt natuurlijk voor al het andere werk dat
hier wordt gedaan.
De kansen voor onze mensen en ondernemingen, de grote maatschappelijke opgaven die zich
aandienen moeten daarbij centraal staan: niet onze bestaande systemen en routines. Daar waar
die goed functioneren koesteren we ze. Veranderen is geen doel op zich. Want veranderen
betekent vooral: toekomstgericht ontwikkelen, heldere ambities formuleren en naar manieren
zoeken om ze doelmatig en effectief te realiseren.
In de Agenda van Brabant zijn onze ambities verwoord, in een van de kaarten die U achter mij
voorbij ziet komen ziet U ze ingetekend. We ontwikkelen samen met U het nieuwste Brabant:
Brabant 3.0.
In het nieuwe bestuursakkoord dat ten grondslag is gelegd aan het werk van het nieuw
aangetreden college zijn die ambities in concrete projecten en doelstellingen vertaald. De
komende jaren zullen we, vaak samen met U die hier vanmiddag onze gast bent, hard werken
aan de uitvoering ervan. Er is een daarbij een overtuigende focus op vijf opgaven waarin die
Agenda is vertaald.
Ik wil ze hier vandaag nog eens graag kort noemen: we gaan het stedelijk netwerk in Brabant
vernieuwen en versterken, we gaan werken aan een vitaal en leefbaar platteland, we zetten in op
een versterking van het innovatief vermogen van onze economie, we bevorderen de daarvoor zo
belangrijke samenwerking tussen de vier o’s (ondernemers, overheid, onderzoeksinstellingen en
de omgeving van burgers en maatschappelijke instellingen), en, last but not least, we zetten stevig
in op de verdere internationalisering en de daarbij behorende branding van de Brabantse
economie.
Dat laatste is cruciaal. De kringen van de Quaij konden nog zonder bezwaar binnen onze
provinciegrenzen worden getekend. Die tijd is voorbij. Het nieuwste Brabant is een Brabant dat
een trotse positie heeft in de Nederlandse, de Europese en ja, de mondiale economische orde.
Wij hoeven ons her niet te schamen.
2011 was ondanks wat velen wellicht dachten een goed jaar voor Brabant. Volgens opgave van
het ministerie van ELI was Brabant, na Amsterdam, de meest succesvolle regio bij het
aantrekken van buitenlandse investeerders. Dat betekent overigens dat wij –dankzij ook de
inspanningen van de BOM, de provincie Zuid-Holland van haar schijnbaar permanente tweede
plaats in de nationale ranglijst verdrongen hebben. Het kan verkeren! In het totaal ging het om
33 projecten met een investering van in het totaal ruim €120 miljoen en 700 arbeidsplaatsen.

Dit jaar, 2012, zal het moeilijker worden. Maar toch kan ik het eerste goede nieuws al melden,
een mega-investering van €60 miljoen en 400 arbeidsplaatsen. Wat en waar, daar kan ik op dit
moment nog niets over mededelen. Maar het is een hoopvolle start!
Het antwoord op de vraag hoe het met onze Brabantse bedrijven en burgers gaat zal steeds meer
afhankelijk zijn van het antwoord op de vraag naar de mate waarin we er in slagen de Brabantse
economie succesvol te verbinden met die van de rest van Nederland, Europa en, inderdaad, de
wereldeconomie.
We hebben daarbij een goede uitgangspositie. De slagader van de globalisering klopt in ons deel
van Europa al decennia veel meer voelbaar dan in de meer zuidelijke delen van Europa. Die
krijgen door de Eurocrisis een door het plotse karakter van de veranderingen bepaald
onaangename wake-up call.
Binnen onze Brabantse en Nederlandse grenzen geldt overigens evenzeer dat er een groot
verschil te zien is in het tempo en de mate waarin verschillende sectoren van onze economie en
samenleving te maken krijgen met de soms ook gure consequenties van de nieuwe wereldorde.
Ook onder de mensen leidt het tot oplopende verschillen tussen hen die zich makkelijk redden en
aanpassen, en de mensen die daar veel meer problemen mee of kansen toe hebben.
Maar daar waar dat leidt tot defensief gedrag of angst en cynisme weten wij hier met elkaar dat
daar de oplossing nooit ligt. De kansen die de toekomst biedt kunnen nooit gegrepen worden als
we er met de rug naartoe gaan staan. We zullen het zelf moeten doen en we zullen het samen
moeten doen.
Het is juist in deze moeilijke tijd nodig moed te vatten en te geloven in de eigen kracht van onze
Brabantse samenleving. De Brabantse economie en het bedrijfsleven zijn sterk.
Het draait in Nederland al lang niet alleen meer om de Randstad. Niet voor niets is Brainport
vorig jaar uitgeroepen tot slimste regio van de wereld. Niet voor niets zijn de Midden-Brabanders
erkende kampioenen in slimme sociale innovaties. Niet voor niets is West-Brabant
toonaangevend in slimme logistiek en op duurzaamheid gerichte vormen van onderhoud en de
bio-based economy. Niet voor niets is er door gedeputeerde Bert Pauli samen wethouder van
Loon en burgemeester Buijs zo hard gewerkt aan de slimme verbindingen tussen food, health en
farma in het Noord-Oosten van onze Provincie. En dan doe ik velen nog tekort. En dat is
allemaal Brabant! En dat hoort allemaal bij elkaar!
En dat Brabant ligt ook in 2012 nog steeds strategisch tussen de markten van de Randstad,
Duitsland, Frankrijk en Engeland. De uitgangspositie is in de meest letterlijke zin van het woord
goed te noemen. Brainport is al genoemd, maar ook het werken in de Vlaams-Nederlandse
Delta, de life-science campus in Oss, Dinalog en Metal Valley wil ik hier noemen als hoopvolle
voorbeelden van vernieuwing en kansen scheppen.
Die voorbeelden laten overigens ook zien dat een ‘strategische ligging’ en uitgangspositie steeds
minder alleen door puur geografische elementen wordt bepaald.
Steeds meer is het vermogen tot het realiseren van slimme verbindingen tussen ondernemingen,
kennisinstituten en andere partijen van belang. Die verbindingen trekken zich weinig meer aan
van grenzen, ze gaan intussen de hele wereld over. Maar ze worden geïnspireerd door betrokken
samenwerking en ontmoetingen op concrete plekken en plaatsen.
Dat leidt tot innovatie, tot de nieuwe combinaties waarover ik al vaak mocht spreken. En dat
vraagt om een grote mate van sociaal kapitaal en onderling vertrouwen.
Dat vraagt om een cultuur van wederkerigheid, van elkaar wat gunnen. Dat lukt niet in een
cultuur van opgeblazen bazigheid en vileine vechterij.

Dames en heren. Brabant en Brainport vertegenwoordigen niet alleen een plek op een kaart, ze
staan voor een manier van denken, voor een manier van werken, voor een manier van
samenleven. Voor een cultuur van samenwerken, van werkelijk open innovatie.
Ook om die redenen is de uitgangspositie van Brabant uitstekend. Dat is het Brabant waarover
Guus Meeuwis en Gerard van Maasakkers zingen. Wat diep geworteld is, kan hoog groeien.
En het is dat saamhorige Brabant dat wij niet gaan offeren aan de voorbije logica’s van
grootschalig bestuur. Want schaal is niet de issue. Laat ik in dit verband de rede van mijn ZuidHollandse collega eens citeren. Hij zei: ‘Er is de komende jaren sterke behoefte aan bestuurders
die op een constructieve wijze verbindingen kunnen leggen tussen globale ontwikkelingen en
lokale gevoelens en identiteiten.’
Dat zijn wijze woorden: het gaat inderdaad om schakelen tussen schalen. En daarbij zijn die
lokale gevoelens en identiteiten inderdaad de onmisbare drivers voor sociaal vertrouwen. Zonder
onderlinge saamhorigheid en een trotse identiteit gaat het niet. Ik denk dan aan bijvoorbeeld
Regina Veld, Tini en Rini Somers en Hans Stoop om maar een paar van de genomineerden
voor de titel van Brabander van het Jaar te noemen. Ik denk dan vooral aan Bente van Bergen,
een vijftienjarig meisje dat iets wilde doen voor haar ernstig zieke broertje Roan. Zij zwom 60
kilometer om geld in te zamelen. Zo kan het ook. Ik noem speciaal ook twee jonge
ontwerptalenten: de studentes van de academie Sint Joost in Breda: Janinja Olivier en Rozanne
van Diggelen: zij ontwierpen mijn eerste jaarverslag.
Brabant staat ook voor zijn ereburgers, dit jaar versterkten Tiesto, Guus Meeuwis en Gerard van
Maasakkers hun rangen, dragers van onze identiteit en cultuur.
En juist in een wereld waarin alles al even homogeen als ingewikkeld wordt, is die voorraad
sociaal vertrouwen het al even kostbare als kwetsbare kapitaal voor een succesvolle, en dus
duurzame en innovatieve economie. Daarom waken wij hier niet alleen voor de aantasting van
de ecologische hoofdstructuur, maar houden we ook de sociale hoofdstructuur scherp in de
gaten.
Elk bestuur is inderdaad glokaal bestuur geworden. Dat moet dus een bestuur zijn dat niet te ver
van de mensen af gaat staan. Nabijheid en verbondenheid is nodig, toewijding een voorwaarde.
Dat zijn de noodzakelijke voorwaarden voor slagkracht en succes!
Dat vraagt om een bestuur dat zich rekenschap geeft van en is geworteld in een gevoel van
samen. Begrijp me goed. Dat gevoel is er voor wat mij betreft ook tussen Brabanders, Zeeuwen
en Hollanders. Maar dat vermogen tot waarderen van samenwerken is er ook omdat er relevante
verschillen zijn, dat is juist ook omdat we Brabanders, Zeeuwen en Hollanders, of moet ik
zeggen, Rotterdammers en Hagenezen kunnen zijn.
Samen succesvol zijn vergt om het vermogen tot het samen formuleren van ambities, en smeden
van de allianties om ze te realiseren.
Als ik het goed begrijp heeft mijn collega gisteren gepleit voor een fusie tussen Zuid-Holland,
Zeeland en het westelijk deel van onze provincie. Het idee heeft nogal opzien gebaard.
Sommigen begrepen het wel, en hadden zelfs begrip voor de afwegingen. Ik begrijp het eigenlijk
wat minder goed.Het is zo’n verschrikkelijke vorm van ouderwets denken.
De redenering is geloof ik dat nu Zuid-Holland niet mee mag doen met de Noordvleugelplannen
van het kabinet (de eerste voorkeur van Zuid-Holland was overigens de vorming van een grote
Randstadprovincie), er omwille van de symmetrie en het evenwicht van onze grote
Randstadvogel een zuidvleugel moet worden geconstrueerd.

Zuid-Holland is voor zo’n vleugel alleen te klein en ook al omdat Rotterdam en Den Haag een
metropoolregio willen vormen die ruimte moet krijgen wil Zuid-Holland dus groter worden.
Want anders komt het met die sterke Randstad niet goed, want met een vleugel kun je niet
vliegen. En dus moeten West-Brabant en Zeeland worden gefuseerd met Zuid-Holland. Om dat
doel te bereiken moet Brabant worden gesplitst. Aldus mijn collega.
Laat ik er dit van zeggen. Als er een probleem is met de slagkracht van de Randstedelijke
economie willen wij Brabanders graag helpen. Ooit groeven we er de haven van Rotterdam, dus
op ons kun je rekenen.
En, zoals ik al eerder zei: de toekomst van de Brabantse economie ligt in het slim verbinden van
die economie met die van Nederland, van Europa en de wereld. Wij sluiten ons dus niet binnen
onze eigen grenzen op, juist omdat die grenzen er steeds minder toe doen.
Maar het offer dat van ons gevraagd wordt om de Randstad te redden is te hoog, vooral omdat
het daarvoor zo volstrekt onnodig is om Brabant voor die doelstelling te amputeren.Collega
Franssen spreekt over de splitsing van Brabant als een noodzakelijke voorwaarde voor succes in
de Zuidelijke Randstad. Dat is een misverstand van het oude denken. Het is zelfs geen voldoende
voorwaarde. Resultaten boeken wij daar anders.
Nee, mocht het kabinet al besluiten om op het verzoek van mijn collega in te gaan, bij ons te
peilen of wij voor zo’n fusie in zijn, dan is het wellicht nuttig het bij die gelegenheid een andere
suggestie te doen.

Want wij willen in de Randstad best een keer komen uitleggen dat het economisch succes van
Brabant niet is bereikt door de competitie tussen megalomane metropolen en brutale
annexatiedrift. Het succes is het resultaat van een cultuur van samenwerken en onderling
vertrouwen. Door een manier van samenwerken die we steeds weer opnieuw ontwikkelen. Door
een subtiele verbinding tussen stad en platteland krijgt dat samenwerkingsmozaïek steeds meer
reliëf.
Dat vertrouwen bestaat en wordt telkens weer geoefend tussen overheden en overheidslagen
onderling, tussen bedrijven en overheden, tussen kennisinstellingen en industrie. Door het samen
formuleren van een ambitieuze agenda, door het slim en op maat snijden van de allianties die
nodig zijn om die ambities te realiseren.
Hier geen frusterend gebakkelei tussen provincies en steden, maar een trotse en inspirerende
samenwerking in Brabantstad, dit jaar alweer 10 jaar. Dat samenwerken is de kracht van
Brabant, al eeuwenlang. Dat is de kracht van onze steden, van onze regio’s, van ons platteland,
van onze mensen, van onze verenigingen, van onze bedrijven.
Wij delen hier onze ambities, en daarom vermenigvuldigen wij onze resultaten. En die kracht
weten wij telkens opnieuw samen te ontwikkelen. Dat is inderdaad onze lokale identiteit, dat is
ons DNA dat ons ook in de huidige tijd zoveel kansen biedt. En dat DNA willen wij graag delen.
Maar we laten ons niet opdelen. Wij zijn Holland niet. Wij laten ons niet opdelen. Dat is ons in
de geschiedenis al een keer overkomen. En daar hebben we tot op de dag van vandaag nog last
van. Dat laten we niet nog een keer gebeuren. Wij zijn bovendien niet het meisje dat beschikbaar
is om te dansen als men ergens afgewezen is. Daar zijn wij intussen echt te trots voor.
Dames en heren,
Brabant is klaar voor het nieuwe jaar. Met nieuwgekozen Staten, een vernieuwd college van
Gedeputeerde Staten, met ambitie en vooral met de wil om er samen iets van te maken. Samen
met u. Ik wens u een gelukkig en goed jaar toe.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>